ECLI:NL:CRVB:2007:BC6829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onjuiste medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellante, ziek gemeld met fibromyalgie, vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Appellante betwistte dit en verwees naar aanvullende medische verklaringen en een expertiserapport.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen zoals vastgesteld door verzekeringsarts Hovy en bevestigd door bezwaarverzekeringsarts Wonnink voldoende waren onderbouwd. De beperkingen van appellante rechtvaardigden geen volledige arbeidsongeschiktheid, mede omdat zij nog 20 uur per week kon werken en sociaal functioneerde.
De arbeidskundige rapporten van Schipper en Mulder gaven een nadere motivering van de geschiktheid van functies passend bij de belastbaarheid van appellante. De Raad vond dat het UWV in hoger beroep alsnog voldoende onderbouwing had gegeven, maar constateerde dat het besluit vóór 1 juli 2005 was genomen en daarom strijdig was met de Awb.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde zij het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Verzoeken tot vergoeding van andere kosten werden afgewezen.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.