ECLI:NL:CRVB:2007:BD9911
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening in een geschil met de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad. Dit verzoek is gedaan in het kader van een beroep tegen een besluit op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of het verzoek ontvankelijk was. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient griffierecht binnen twee weken na aanmaning te worden betaald. Verzoeker is op 12 oktober 2007 en opnieuw op 26 oktober 2007 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en de termijn voor betaling. Het griffierecht is echter niet binnen de gestelde termijnen voldaan.
Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om af te wijken van deze regel en wees ook een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan op 20 december 2007 door A. Beuker-Tilstra.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.