ECLI:NL:CRVB:2007:BG9141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant heeft bij de aanvraag van bijstand onvoldoende sollicitatie-inspanningen geleverd, wat heeft geleid tot een verlaging van zijn bijstand met 20 procent voor de duur van een maand. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage heeft deze maatregel opgelegd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en de gemeentelijke Maatregelenverordening.
De rechtbank ’s-Gravenhage heeft het beroep van appellant tegen deze verlaging ongegrond verklaard, waarbij is vastgesteld dat appellant onvoldoende heeft gesolliciteerd en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te zien van de maatregel. Appellant stelde in hoger beroep dat hij eerst de Nederlandse taal voldoende moest beheersen alvorens arbeid te kunnen verkrijgen, maar dit verweer werd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen bewijs heeft geleverd van sollicitaties en dat de verlaging terecht is opgelegd conform de wettelijke bepalingen. Er zijn geen dringende redenen om van de maatregel af te zien of deze te matigen. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20 procent wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.