ECLI:NL:CRVB:2007:BJ6201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Onevenredig ontslag wegens buitensporig geweld en plichtsverzuim door hoofdagent
Betrokkene, werkzaam als hoofdagent bij de politieregio Utrecht, gebruikte buitensporig geweld tegen een arrestant tijdens diens aanhouding en insluiting. Naast het geven van een knietje en het plaatsen van zijn voet op het hoofd van de arrestant, heeft hij nagelaten in te grijpen bij het slepen van de arrestant door collega’s. Tevens werd hem plichtsverzuim verweten wegens het niet melden van het geweld en verwondingen.
De rechtbank oordeelde dat het plichtsverzuim ernstig was, maar dat onvoorwaardelijk ontslag niet gerechtvaardigd was. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel, waarbij werd meegewogen dat betrokkene een minder ernstig aandeel had dan zijn collega en dat hij een poging deed de-escalerend op te treden. Het nalaten van het melden van verwondingen werd niet als plichtsverzuim aangemerkt.
De Raad veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten en bepaalde dat een voorwaardelijk ontslag wel proportioneel zou zijn geweest. Het bestreden besluit tot onvoorwaardelijk ontslag werd vernietigd en appellant werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van de hoofdagent wegens buitensporig geweld en plichtsverzuim is onevenredig en het besluit wordt vernietigd.