ECLI:NL:CRVB:2008:BC1160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoogte ouderdomspensioen en afwijzing schadevergoeding
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond inzake de hoogte van zijn ouderdomspensioen en een verzoek om schadevergoeding. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had aanvankelijk het pensioen vastgesteld op 34%, later verhoogd naar 38% van het volledige pensioen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep betwistte appellant het oordeel over het tijdvak 1994-2004 en herhaalde hij zijn verzoek om vergoeding van immateriële en materiële schade, waaronder geestelijk letsel door slapeloze nachten en hoofdpijn. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaarde omdat het schadeverzoek een belang bij het beroep gaf.
De Raad stelde vast dat appellant vrijstelling had gekregen van verplichte verzekering vanaf 1994, waardoor de korting op het pensioen terecht was toegepast. Voor vergoeding van immateriële schade is vereist dat sprake is van ernstige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer; appellant had echter geen meer dan normale psychische spanningen aangetoond. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen.
De Raad vernietigde het besluit dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde, verklaarde het beroep gegrond, en bevestigde het overige oordeel van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad de Svb tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, en de overige uitspraken worden bevestigd.