ECLI:NL:CRVB:2008:BC1312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende maatmaninkomen en arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid sinds 1 januari 2003. Het Uwv weigerde aanvankelijk de uitkering omdat appellant niet verzekerd was, maar wijzigde dit later. Het Uwv stelde vervolgens dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was en dat zijn maatmaninkomen op nul moest worden gesteld omdat hij geen inkomsten als zelfstandige had. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende zorgvuldigheid, waarna het Uwv een nieuw besluit nam dat de weigering handhaafde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn arbeidsbeperkingen te laag waren ingeschat, het onderzoek door de verzekeringsarts onvoldoende was en dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld. De Raad oordeelde dat de arbeidsbeperkingen juist waren vastgesteld, mede gelet op medische rapporten en dat appellant nog in staat was tot werkzaamheden. Tevens bevestigde de Raad dat het maatmaninkomen terecht werd vastgesteld op basis van de door de fiscus aanvaarde nettowinst over de drie voorafgaande boekjaren, omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking rechtvaardigden.
De Raad concludeerde dat appellant geen recht heeft op een WAZ-uitkering en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Middelburg. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en correcte vaststelling van het maatmaninkomen.