ECLI:NL:CRVB:2008:BC1463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn WW-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 7 februari 2006 waarin hem een WW-uitkering werd ontzegd omdat hij niet als werknemer werd aangemerkt. Het bezwaar werd echter pas na de wettelijke termijn van zes weken ingediend. De rechtbank verklaarde het bezwaar daarom ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat de stelling van appellant dat hij het besluit pas op 18 februari 2006 had ontvangen onvoldoende is om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Appellant had na ontvangst nog voldoende tijd om bezwaar te maken of om uitstel te vragen. Verder faalde het verweer dat een medewerker van het UWV hem had gerustgesteld over het indienen van bezwaar, omdat dit niet bleek uit de feiten.
De Raad concludeert dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 3 januari 2007. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de ontzegging van de WW-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.