ECLI:NL:CRVB:2008:BC1542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WAO-uitkering wegens juiste belastbaarheid
Appellant, die sinds 1991 een WAO-uitkering ontving wegens psychische klachten en een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, kreeg in 2004 een beëindiging van zijn uitkering opgelegd door het Uwv op grond van een vastgestelde belastbaarheid van minder dan 15%.
Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat het besluit zorgvuldig en juist was genomen, maar appellant stelde in hoger beroep dat het Uwv onvoldoende had gemotiveerd waarom hij ineens benutbare arbeidsmogelijkheden zou hebben, ondanks zijn langdurige arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep stelt zich achter de rechtbank wat betreft de juiste vaststelling van de belastbaarheid en de zorgvuldigheid van het besluit, maar oordeelt dat het Uwv pas in hoger beroep voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de geselecteerde functies medisch passend zijn. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, alsmede het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de geschiktheid van geselecteerde functies, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.