ECLI:NL:CRVB:2008:BC1601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding borstvergroting wegens ontbreken ernstige misvorming
Appellante verzocht om vergoeding voor een borstvergroting wegens tubulaire borsten (cup 75AA), welke zij als congenitale deformiteit aanvoerde. De zorgverzekeraar CZ wees de aanvraag af omdat niet werd voldaan aan de indicatievereisten van de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat kleine borsten geen ernstige misvorming of verminking vormen zoals bedoeld in de Regeling. Tevens oordeelde de rechtbank dat aangeboren misvormingen van de borsten niet onder de aanspraak vallen, omdat borsten niet als geslachtsorganen worden beschouwd in deze context.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze overwegingen. Ook de stelling dat de borstvorm borstvoeding zou belemmeren werd verworpen op basis van medisch advies. De Raad concludeerde dat er geen sprake is van een afwijking met aantoonbare lichamelijke functiestoornissen die aanspraak rechtvaardigen.
De Raad zag geen reden tot proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden vonnis.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot vergoeding van de borstvergroting wegens het ontbreken van een ernstige misvorming.