ECLI:NL:CRVB:2008:BC1668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding na onrechtmatig ontslag ambtenaar provincie Zuid-Holland
Appellante was sinds 1 februari 2001 werkzaam bij de provincie Zuid-Holland en werd op 10 juli 2002 ontslagen wegens vermeend plichtsverzuim. Dit ontslag werd later door de Centrale Raad van Beroep vernietigd omdat het niet verschijnen bij de bedrijfsarts niet als plichtsverzuim kon worden aangemerkt.
Appellante vorderde vervolgens schadevergoeding voor kosten van psychologische en fysiologische hulp, re-integratiekosten, immateriële schade en nabetaling van bezoldiging. De Raad heropende het onderzoek en hield een zitting op 15 november 2007.
De Raad oordeelde dat alleen schade die direct voortvloeit uit het vernietigde ontslagbesluit in deze procedure aan de orde kan komen. Schade die verband houdt met het arbeidsconflict vóór het ontslagbesluit kon niet worden meegenomen. Appellante slaagde er niet in het oorzakelijk verband tussen het ontslag en de gevorderde schade voldoende aannemelijk te maken, waardoor de gevorderde vergoedingen werden afgewezen.
Ook de immateriële schade werd niet toegewezen omdat geen sprake was van een aantasting van de persoon in de zin van artikel 6:106 BW Pro, en de psychische klachten grotendeels werden toegeschreven aan het arbeidsconflict voorafgaand aan het ontslag. De nabetaling van bezoldiging werd erkend als aanspraak, maar de omvang daarvan moest nog nader worden vastgesteld in een aparte procedure.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen grond voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van oorzakelijk verband met het onrechtmatig ontslag.