ECLI:NL:CRVB:2008:BC1678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- R.P.T.H. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij intrekking WAO-uitkering
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, berekend op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 9 november 2003 in te trekken. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond. Tijdens het hoger beroep heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarbij het bezwaar van appellante alsnog gegrond werd verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd werd vastgesteld.
Hierdoor is het oorspronkelijke besluit van 14 oktober 2003 feitelijk ingetrokken. Volgens vaste jurisprudentie vervalt in een dergelijk geval het belang bij een beoordeling van het bestreden besluit, tenzij er een verzoek is gedaan om een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro, wat hier niet het geval was.
De Raad constateert dat er geen inhoudelijk geschil meer bestaat tussen partijen en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van enig procesbelang. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na intrekking van het bestreden besluit.