ECLI:NL:CRVB:2008:BC1681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering maatregel
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen aan een werkneemster zonder het opleggen van een maatregel wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Zij stelde dat de werkneemster zonder geldige reden niet meewerkte aan het re-integratietraject en dat de uitkering daarom geweigerd had moeten worden.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de werkneemster op medische gronden beperkt inzetbaar was en dat er geen duurzaam benutbare mogelijkheden waren voor arbeid. Dit oordeel was gebaseerd op een rapport van de bezwaarverzekeringsarts en de medische behandeling die de werkneemster volgde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV onvoldoende zorgvuldig had onderzocht en gemotiveerd waarom de werkneemster geen duurzaam benutbare mogelijkheden had. Het rapport van de klinisch psycholoog bevatte onvoldoende informatie over de behandeling, en het UWV had geen nadere informatie ingewonnen bij de behandelaars over de inhoud, omvang en gevolgen van de behandeling. Ook de bedrijfsarts was van mening dat de werkneemster in staat was om weer te starten met werk.
De Raad concludeerde dat het besluit in strijd was met de vereisten van zorgvuldig onderzoek en motivering volgens de Algemene wet bestuursrecht, en vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en verplicht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om geen maatregel op te leggen bij toekenning van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.