ECLI:NL:CRVB:2008:BC1734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Huuropbrengst loods geen inkomen uit arbeid voor WAZ-uitkering
Betrokkene, arbeidsongeschikt sinds 1989 als zelfstandig autohandelaar, ontving een WAZ-uitkering. In 2003 had hij een loods gebouwd en verhuurd, waarvan de huuropbrengst aanvankelijk als winst uit onderneming werd opgevoerd. De belastingdienst kwalificeerde deze opbrengst echter als vermogensbeheer, waarna betrokkene zijn aangifte corrigeerde.
Appellant, het UWV, besloot de uitkering over 2003 te beëindigen en terug te vorderen omdat de winst uit onderneming te hoog was. De rechtbank vernietigde dit besluit voor zover het de huuropbrengst betrof, omdat deze niet als inkomen uit arbeid kon worden aangemerkt. Het UWV ging in hoger beroep.
De Raad stelde vast dat betrokkene de huuropbrengst fiscaal als vermogensbeheer had aangemerkt en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. De verhuur was niet ingebed in de bedrijfsvoering en betrokkene verrichtte nauwelijks arbeid voor de verhuur. Daarom bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De huuropbrengst van de loods wordt aangemerkt als vermogensbeheer en niet als inkomen uit arbeid, waardoor de WAZ-uitkering niet wordt verlaagd.