ECLI:NL:CRVB:2008:BC1735

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4315 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit functiewaardering en toekenning uitloopschaal aan sectorhoofd

Appellant was sinds 1990 sectorhoofd bij de gemeente en kreeg in 2000 de uitloopschaal 13 toegekend. Met ingang van 1 januari 2002 werd een nieuw functiewaarderingssysteem ingevoerd waarbij de functie sectorhoofd werd ingedeeld in schaal 13 en projectmanager in schaal 12. Appellant werd in mei 2002 benoemd tot manager grote projecten.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit tot functiewaardering ongegrond. Appellant stelde dat hij dezelfde functie bleef vervullen die met ingang van 1 januari 2002 in schaal 13 was ingedeeld en dat hij recht had op indeling in uitloopschaal 14 omdat hij aan de voorwaarden voldeed. Het college stelde dat het om een nieuwe, zwaardere functie ging waarvoor aanvullende voorwaarden gelden.

De Raad oordeelde dat de werkzaamheden en organisatorische setting ongewijzigd waren gebleven, zodat geen sprake was van een nieuwe functie. De toegenomen zwaarte betekende geen wijziging van taken. Daarom was het besluit om appellant in schaal 13 in te delen juist, maar het weigeren van uitloopschaal 14 onterecht. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd. Het college werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen en appellant werd schadeloos gesteld en in de proceskosten veroordeeld.

Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het college wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen waarbij appellant recht heeft op uitloopschaal 14.

Uitspraak

06/4315 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 13 april 2006, 05/129 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente] (hierna: college)
Datum uitspraak: 3 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2007. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. P. Bellod, werkzaam bij DAS rechtsbijstand. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.A.C. de Wiel, advocaat te Groningen.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Vanaf 1990 vervulde appellant bij de gemeente [naam gemeente] de functie van sectorhoofd. Op grond van de toen geldende functiewaarderingsregeling was aan deze functie (functie)schaal 12 verbonden. Met ingang van 1 januari 2000 is aan appellant, toen hij had voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden, de uitlooprang, schaal 13 toegekend. Appellant is de functie van sectorhoofd volledig en op goede wijze blijven vervullen tot hij in mei 2002 is benoemd tot manager grote projecten.
1.2. In de gemeente [naam gemeente] is nadien, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2002, een nieuw functiewaarderingssysteem van kracht geworden. Op basis van een zogenoemde organieke beschijving van de door appellant vervulde functie van sector-hoofd is die functie ingedeeld in schaal 13. De functie van projectmanager is ingedeeld in schaal 12.
1.3. Bij besluit van 12 november 2003 (hierna: primair besluit 1) is aan appellant het resultaat van de functieherwaardering medegedeeld en is het salaris van appellant behorend bij de functie van sectorhoofd met ingang van 1 januari 2002 ingepast in de functierang, schaal 13. Bij besluit van eveneens 12 november 2003 (hierna: primair besluit 2) is het salaris van appellant behorend bij de functie van manager grote projecten ingepast in de functierang, schaal 12; daarbij is een garantie gegeven op salariëring naar schaal 13, zijnde het salaris in zijn vorige functie, zodat appellants salaris niet is gewijzigd.
Na bezwaar - tegen het niet direct toekennen van de uitloopschaal 14 - heeft het college zijn beide besluiten gehandhaafd bij besluit van 17 december 2004 (hierna: bestreden besluit).
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3.1. Appellant stelt zich onder meer op het standpunt dat hij dezelfde functie is blijven vervullen waaraan met ingang van 1 januari 2002 de hogere functieschaal 13 is verbonden. Omdat hij in die functie - reeds lang - heeft voldaan aan de voorwaarden om ingedeeld te worden in de uitloopschaal, meent hij recht te hebben op indeling in uitloopschaal 14.
3.2. Het college is van opvatting dat als gevolg van de nieuwe, hogere waardering van de functie van sectorhoofd sprake is van een nieuwe, immers zwaardere functie. Om in aanmerking te kunnen komen voor indeling in de daarbij behorende uitloopschaal 14 moet appellant daarom in die nieuwe functie vier jaar op het maximum van zijn functieschaal hebben gestaan en driemaal een voldoende beoordeling hebben gehad.
4. Naar aanleiding van de standpunten van partijen in hoger beroep overweegt de Raad het volgende.
4.1. Hij stelt vast dat bij de introductie van het nieuwe functiewaarderinsgssysteem het samenstel van werkzaamheden dat appellant in zijn functie van sectorhoofd vervulde en de organisatorische setting waarin appellant die functie vervulde, ongewijzigd zijn gebleven. Daarom kan naar het oordeel van de Raad niet met vrucht worden betoogd dat de door appellant vervulde functie van sectorhoofd met ingang van 1 januari 2002 een nieuwe functie is geworden. De in termen van functiewaardering toegenomen zwaarte betekende niet een wijziging van de taak of groep van taken die door appellant vervuld moest worden.
4.2. Omdat appellant reeds had voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van de naasthogere schaal van de functieschaal, kwam hem bij de indeling met ingang van
1 januari 2002 van zijn functie in schaal 13 recht toe op inpassing in de daarbij behorende uitloopschaal 14. Nu deze inpassing ten onrechte is geweigerd, kan het bestreden besluit, wat betreft de handhaving van primair besluit 1, niet in stand blijven en moet ook de aangevallen uitspraak, waarbij dat besluit in stand is gelaten, in zoverre worden vernietigd.
4.3. Omdat primair besluit 2 ten onrechte uitgaat van salariëring van appellant in schaal 13, kan het bestreden besluit evenmin in stand blijven wat betreft de handhaving van dat primaire besluit. Ook de aangevallen uitspraak moet op dit onderdeel - en dus geheel - worden vernietigd.
4.4. Het college zal nieuwe beslissingen op bezwaar moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak van de Raad. Daarbij zal tevens moeten worden beslist op het door appellant gedane verzoek om vergoeding van schade ten gevolge van het bestreden besluit.
5. In hetgeen hiervoor is overwogen vindt de Raad aanleiding het college op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 644,- in beroep en eveneens op € 644,- in hoger beroep wegens verleende rechtsbijstand, dus in totaal op € 1.288,-.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;
Draagt het college op nieuwe beslissingen op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak van de Raad;
Veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van in totaal
€ 1.288,-, te betalen door de gemeente [naam gemeente];
Bepaalt dat de gemeente [naam gemeente] aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 327,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en M.C. Bruning als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.R.S. Bacon als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 januari 2008.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) M.R.S. Bacon.
HD