ECLI:NL:CRVB:2008:BC1741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van maatmaninkomen bij WAO-uitkering ondanks Vamil-afschrijving en bijtelling privégebruik auto
Appellant, een ondernemer met een loonbedrijf, ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Het UWV stelde het maatmaninkomen vast op basis van de fiscale winst over 1997-1999, waarbij afschrijvingen, inclusief de Vamil-regeling, werden meegenomen. Appellant betoogde dat deze methode onredelijk was omdat de Vamil-afschrijving en bijtelling privégebruik auto het inkomen kunstmatig verlaagden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad stelde dat het maatmaninkomen volgens vaste jurisprudentie gebaseerd moet zijn op de door de fiscus aanvaarde nettowinst. Afwijking is slechts mogelijk bij bijzondere omstandigheden, die hier niet aanwezig waren. De door appellant opgevoerde Vamil-afschrijvingen en bijtelling privégebruik auto werden niet als bijzondere omstandigheden gezien.
Het UWV had het maatmaninkomen bijgesteld na een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige, maar dit leidde niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot vaststelling van het maatmaninkomen op basis van fiscale winst inclusief Vamil-afschrijving en bijtelling privégebruik auto.