ECLI:NL:CRVB:2008:BC1776

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-7338 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling vergoeding kosten rapport Psychosofia in WAO-procedure

In deze zaak is hoger beroep ingesteld door appellante tegen het besluit van het UWV om de WAO-uitkering met ingang van 8 december 2004 in te trekken en de vergoeding van kosten voor rechtsbijstand te beperken. De kern van het geschil betreft de weigering van het UWV om de kosten van een rapport van Psychosofia, een instituut voor spirituele geneeswijze, te vergoeden.

De rechtbank had het bezwaar van appellante tegen deze weigering reeds verworpen. Het hoger beroep richt zich uitsluitend op dit onderdeel van de uitspraak. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het UWV terecht heeft geweigerd de kosten van het rapport te vergoeden.

De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is bepaald dat vergoeding van kosten voor niet-juridische deskundigen alleen aan de orde is indien de deskundige een bijdrage levert aan een voor appellante gunstige beantwoording van relevante vragen in de procedure. In dit geval ontbreekt een zodanig verband omdat het rapport commentaar levert op medische rapportages met een niet-reguliere onderzoeksmethode. Daarom wordt de vergoeding afgewezen.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door R.C. Stam, met J.E.M.J. Hetharie als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht heeft geweigerd de kosten van het rapport van Psychosofia te vergoeden.

Uitspraak

05/7338 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 december 2005, 05/2168
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante is door mr. W.C. de Jonge hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak en zijn de gronden tot drie maal aangevuld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingezonden.
De zaak is behandeld ter zitting van 16 november 2007. Appellante is met bericht van verhindering niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
W.L.J. Weltevrede.
II. OVERWEGINGEN
Het inleidende beroep richt zich tegen het ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) op 29 april 2005 door het Uwv genomen besluit. Dat besluit strekt tot de herroeping van het besluit van 7 oktober 2004, waarbij de WAO-uitkering van appellante met ingang van 8 december 2004 is ingetrokken en de vergoeding van de in bezwaar voor rechtsbijstand gemaakte kosten tot een bedrag van
€ 644,-. Bij besluit van 12 oktober 2005 heeft het Uwv de aan het inwinnen van medische inlichtingen tijdens bezwaar verbonden kosten vergoed tot een bedrag van € 43,-.
Het Uwv heeft geweigerd de aan het rapport van 18 november 2004 door mevrouw Verhage, directrice van Instituut Psychosofia, Centrum voor Spirituele Geneeswijze en Spirituele Dans (Psychosofia) verbonden kosten te vergoeden. De daartegen gerichte beroepsgronden zijn door de rechtbank verworpen. Het hoger beroep richt zich uitsluitend tegen dat onderdeel van de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft naar het oordeel van de Raad terecht geweigerd de kosten van het rapport van Psychosofia te vergoeden. De Raad verwijst hiervoor naar zijn uitspraak van
13 april 2005, RSV 2005, 170. Daaruit blijkt dat als maatstaf wordt gehanteerd of degene die een niet-juridische deskundige heeft ingeroepen, ten tijde van die inroeping, ervan uit mocht gaan dat de deskundige een bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijke relevante vraag. Daartoe dient in ieder geval een verband te bestaan tussen de ingeroepen deskundigheid en de specifieke vragen die in een procedure als de onderhavige aan de orde zijn. Dat verband acht de Raad in dit geval, waarin in de na toepassing van een in de reguliere geneeskunde niet gangbare onderzoekswijze tot stand gekomen rapporten van mevrouw Verhage commentaar wordt geleverd op medische rapportages, niet aanwezig.
De aangevallen uitspraak komt daarom, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.
Een proceskostenveroordeling acht de Raad niet aangewezen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van
J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.
(get.) R.C. Stam.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.
MK