ECLI:NL:CRVB:2008:BC1875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-schatting wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellante, voormalig verpleegkundige, ontving een WAO-uitkering die per 1 januari 1999 werd herzien door het UWV naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, maar in hoger beroep handhaafde de rechtbank dit besluit. Appellante stelde dat de rechtbank onterecht had geoordeeld dat aan het arbeidsongeschiktheidscriterium van vóór 1987 was voldaan, met name het 'ter-plaatse-waar'-criterium en het criterium van 'regelmatig vacatures'.
De Raad stelde vast dat het UWV niet kon aantonen dat de geselecteerde functies binnen een reisafstand van 75 minuten van de woonplaats van appellante en Arnhem voldoende voorkwamen. Het UWV kon ook niet de exacte werkplekken achterhalen, waardoor de aangenomen reistijd twijfelachtig was. De Raad oordeelde dat het arbeidskundig rapport onvoldoende was en dat de arbeidskundige grondslag aan de schatting moest komen te ontvallen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank die dit in stand hield, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de schade. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.