ECLI:NL:CRVB:2008:BC2043
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning en uitkering burgeroorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellant, geboren in 1926 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO).
De verweerster heeft deze aanvragen telkens afgewezen omdat, hoewel werd erkend dat appellant getroffen is door oorlogsgeweld, er geen sprake is van lichamelijk of psychisch letsel dat heeft geleid tot blijvende invaliditeit zoals vereist volgens de Wet. Geneeskundige adviseurs van de Pensioen- en Uitkeringsraad stelden vast dat de lichamelijke klachten van appellant niet oorzakelijk verband houden met het oorlogsgeweld en dat het psychisch letsel geen beperkingen veroorzaakt die duiden op blijvende invaliditeit.
Appellant voerde onder meer aan dat zijn zuster wel een uitkering ontving en dat verweerster onvoldoende informatie had ingewonnen over medicijngebruik. De Raad oordeelde dat medische beoordeling individueel is en dat het gebruik van angstdempende middelen het oordeel over het dagelijks functioneren niet beïnvloedt.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit naar behoren is voorbereid en gemotiveerd en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Tevens is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van erkenning en uitkering blijft in stand.