ECLI:NL:CRVB:2008:BC2194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering en eigenrisicodragerschap werkgever
In deze zaak staat de toekenning van een WAO-uitkering aan een werknemer centraal, waarbij de werkgever eigenrisicodrager is. Appellante was het niet eens met het UWV-besluit dat zij vanaf 1 juli 2004 de WAO-uitkering van de ex-werknemer moest betalen. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep tegen het besluit van 4 oktober 2004 gegrond en vernietigde dit besluit, maar verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 30 juni 2004 niet-ontvankelijk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit van 30 juni 2004 wel een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat bezwaar daartegen mogelijk is. Daarom vernietigt de Raad dit deel van de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen dit besluit ongegrond. De Raad bevestigt dat het UWV het eigenrisicodragerschap correct heeft toegepast en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet op de hoogte kon zijn van de toekenning van de WAO-uitkering.
Verder wijst de Raad het beroep op schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur af, omdat deze pas in de verhaalprocedure relevant zijn. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in hoger beroep en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Hiermee wordt het hoger beroep deels toegewezen en deels afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de betalingsverplichting wordt ongegrond verklaard, het besluit over eigenrisicodragerschap bevestigd, en het UWV veroordeeld tot proceskostenvergoeding.