ECLI:NL:CRVB:2008:BC2237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door bevoegd bestuursorgaan
Betrokkene was tijdelijk in dienst bij de rechtbank Amsterdam en werd arbeidsongeschikt. De minister van Justitie vorderde ten onrechte teveel betaalde bezoldiging terug. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het terugvorderingsbesluit, waarbij ook immateriële schade werd toegekend.
Het bestuur van de rechtbank Amsterdam stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, hoewel het in eerste aanleg geen partij was en het hoger beroep zich richtte tegen de minister. Later trok het bestuur het hoger beroep in. Betrokkene vorderde daarop vergoeding van proceskosten.
De Raad stelde vast dat het bestuur van de rechtbank als bevoegd bestuursorgaan het hoger beroep mocht instellen en dat bij intrekking van het hoger beroep het bestuursorgaan op verzoek van de wederpartij in de proceskosten kan worden veroordeeld. De Raad veroordeelde het bestuur tot betaling van €161 aan proceskosten.
Hiermee bevestigt de Raad dat ook een bestuursorgaan dat in eerste aanleg niet als partij optrad, maar in hoger beroep wel, kan worden veroordeeld in proceskosten bij intrekking van het hoger beroep. Dit volgt uit artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het bestuur van de rechtbank Amsterdam wordt veroordeeld tot betaling van €161 aan proceskosten aan betrokkene.