ECLI:NL:RBROT:2008:BC7308
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- L.A.C. van Nifterick
- M.S.F. Voskens
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens kredietbemiddeling vernietigd wegens onrechtmatige beleidswijziging
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van vier tussenpersonen tegen boetes van €5.445,- opgelegd door De Nederlandsche Bank (DNB) wegens overtreding van het kredietbemiddelingsverbod uit artikel 82 Wtk Pro 1992. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) handhaafde deze boetes in haar besluiten. Het geschil draaide om de vraag of DNB en AFM bevoegd waren deze boetes na de inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht (Wft) te handhaven en of de boetes terecht waren opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat DNB en AFM bevoegd waren tot heroverweging van de boetes, maar dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven eerder had vastgesteld dat DNB haar beleidswijziging omtrent de reikwijdte van artikel 82 Wtk Pro 1992 niet tijdig en kenbaar had gemaakt aan GoodWood, de aanbieder van de Garantieplannen. Dit beleid moest ook gelden voor de tussenpersonen. Omdat de tussenpersonen niet op de hoogte waren gesteld van deze beleidswijziging, was het opleggen van boetes aan hen in strijd met het rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank vernietigde daarom de boetes en de daaropvolgende besluiten van de AFM en herroept de primaire boetebesluiten. Tevens veroordeelde zij de AFM in de proceskosten. De rechtbank benadrukte dat de tussenpersonen een eigen zorgplicht hadden, maar dat de onduidelijkheid over het beleid en het ontbreken van een overgangsbepaling in het toezicht leidde tot onrechtmatige besluitvorming.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boetes en herroept de primaire besluiten wegens onvoldoende kenbaarheid van beleidswijzigingen en schending van rechtszekerheid en gelijkheidsbeginsel.