ECLI:NL:CRVB:2008:BC2293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opheffing functie universitair docent wegens behoud procesbelang
Appellante was universitair docent bij de Technische Universiteit Delft en kreeg te horen dat haar functie zou worden opgeheven vanwege de opheffing van haar afdeling. Het college stelde een herplaatsingstermijn in, waarna bij gebrek aan passende functie ontslag zou volgen. Door een procedurefout werd het besluit tot opheffing pas later bekendgemaakt, waarop appellante bezwaar maakte.
Het college verleende vervolgens ontslag wegens opheffing van de functie, waartegen appellante geen bezwaar indiende. Het college verklaarde het bezwaar tegen de opheffing niet-ontvankelijk omdat het ontslagbesluit onherroepelijk was en appellante geen belang meer zou hebben.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante wel degelijk belang houdt bij haar bezwaar tegen de opheffing. Indien het opheffingsbesluit niet houdbaar blijkt, kan het ontslagbesluit worden teruggedraaid. Daarom vernietigt de Raad het besluit en de uitspraak, en gelast een nieuwe beslissing op bezwaar.
Daarnaast veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de opheffing van de functie wordt ontvankelijk verklaard en het college moet een nieuw besluit nemen.