ECLI:NL:CRVB:2007:BB3980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H. Bolt
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang en rechtmatigheid van voorwaardelijk disciplinair ontslag ambtenaar
Betrokkene, werkzaam bij de gemeente Kerkrade, kreeg een voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim, waaronder het niet naleven van ziekmeldingsvoorschriften en het belemmeren van controle bij ziekte. Het College van burgemeester en wethouders legde het ontslag vast, waarbij bezwaar werd gemaakt tegen het voorwaardelijk ontslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond omdat betrokkene procesbelang heeft bij de beoordeling van het voorwaardelijk ontslag. Het College ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat betrokkene geen belang meer had omdat het onvoorwaardelijke ontslag inmiddels onherroepelijk was geworden.
De Raad oordeelt dat het belang van betrokkene niet is vervallen omdat een gegrondverklaring van het beroep kan leiden tot een nieuw feit dat terugkeer van het onvoorwaardelijke ontslag mogelijk maakt. De Raad bevestigt dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan toerekenbaar plichtsverzuim en dat het voorwaardelijk ontslag niet onevenredig is.
Verder oordeelt de Raad dat appellant niet verplicht was een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek in te stellen, aangezien er geen aanwijzingen waren dat betrokkene niet toerekeningsvatbaar was. Het beroep tegen het besluit van 27 februari 2007 wordt ongegrond verklaard en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot voorwaardelijk ontslag wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep van appellant wordt verworpen.