ECLI:NL:CRVB:2008:BC2306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- G.L.M.J. Stevens
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Terugvordering wachtgeld wegens inkomsten uit BV en verliescompensatie
Appellant, eervol ontslagen ambtenaar, ontving wachtgeld met een regeling waarbij inkomsten uit arbeid of bedrijf werden gekort indien deze samen met het wachtgeld 120% van de laatstgenoten bezoldiging overschreden. Hij gaf inkomsten op uit zijn BV, waarbij hij verliescompensatie wenste toe te passen.
De minister vorderde op basis van informatie van de belastingdienst terugvordering van teveel betaald wachtgeld over de jaren 1999-2001. Na bezwaar werd de terugvordering over 1999 afgezien, maar over 2000 en 2001 vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat ook niet uitgekeerde winst van de BV bij de verrekening mocht worden betrokken.
De Raad oordeelt dat de minister de terugvorderingstermijn van twee jaar voor 2000 heeft overschreden en vernietigt de terugvordering over dat jaar. De wijze van verrekening van zowel loon als winst uit de BV acht de Raad niet onjuist, omdat appellant als enig aandeelhouder door de winst is gebaat. Het verlies in 2002 leidt niet tot ongedaanmaking van de verrekening over 2001. Het beroep slaagt deels, de rest wordt bevestigd.
De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant voor rechtskundige bijstand en het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De terugvordering van teveel betaald wachtgeld over 2000 wordt vernietigd wegens overschrijding van de termijn, de terugvordering over 2001 wordt bevestigd.