ECLI:NL:RBROT:2008:BG8595
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige toepassing anticumulatiebepalingen Rijkswachtgeldbesluit leidt tot vernietiging besluit wachtgeldvermindering
Eiser maakte bezwaar tegen een besluit van verweerder waarin zijn wachtgelduitkering werd verminderd vanwege gedeeltelijk prijsgegeven inkomsten. Verweerder paste daarbij de anticumulatiebepalingen van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 toe, waarbij zowel de prijsgegeven als de nog genoten inkomsten werden verrekend met het wachtgeld. Eiser stelde dat hij de vermindering van zijn dienstverband niet op eigen verzoek had gedaan en dat de wet geen grondslag bood voor de gehanteerde berekeningswijze.
De rechtbank overwoog dat het Rwb geen expliciete vrijstellingsbepaling kent voor 55-plussers en dat de vermindering van de benoemingsomvang op verzoek van eiser had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich op het standpunt mocht stellen dat eiser zonder voldoende reden inkomsten had prijsgegeven. Echter, de door verweerder gehanteerde berekeningswijze, waarbij ook rekening werd gehouden met de nog genoten inkomsten, vond geen grondslag in de tekst van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder c, van het Rwb.
De rechtbank stelde vast dat deze wijze van berekening in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en dat het aan de wetgever is om een dergelijke regeling uitdrukkelijk te treffen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vermindering van het wachtgeld wordt vernietigd.