ECLI:NL:CRVB:2008:BC2377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en vaststelling hogere proceskostenvergoeding in hoger beroep tegen UWV
Appellanten, de erven van betrokkene, gingen in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die hun beroep niet-ontvankelijk verklaarde en het UWV veroordeelde tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van € 322,--.
De rechtbank kende geen vergoeding toe voor het bijwonen van de zitting door de gemachtigde van appellanten, ondanks dat het UWV pas drie dagen voor de zitting had meegedeeld de beslissing op bezwaar in te trekken. De Raad oordeelde dat appellanten terecht de zitting bijwoonden, mede omdat de rechtbank de intrekking niet had ontvangen en anders inhoudelijk zou hebben beslist.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak voor zover de proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 322,-- en stelde deze alsnog vast op € 644,--. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van € 322,-- aan proceskosten in hoger beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 103,-- aan appellanten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover de proceskostenvergoeding werd vastgesteld en stelde deze hoger vast, waarbij het UWV werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.