ECLI:NL:CRVB:2008:BC2381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage waarin het beroep tegen het besluit van 27 september 2004 ongegrond werd verklaard. Het geschil betrof bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand, waarbij appellant stelde dat de toegekende bedragen niet waren uitbetaald.
De Raad stelde vast dat het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage had aangetoond dat de toegekende bedragen van € 103,70, € 11,34 en € 130,-- daadwerkelijk waren uitbetaald, ondersteund door administratieve kopieën. Appellant volhardde slechts in zijn stelling zonder aanvullend bewijs.
Gezien het ontbreken van concrete tegenbewijs achtte de Raad geen reden om aan de juistheid van de uitbetaling te twijfelen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.