ECLI:NL:CRVB:2008:BC2384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuist woonadres
Appellante ontving sinds februari 2003 bijstand, laatstelijk op grond van de WWB. Na onaangekondigde huisbezoeken in maart 2005 bleek zij niet te verblijven op het door haar opgegeven adres. Het College van B&W Groningen blokkeerde de bijstand en trok deze met terugwerkende kracht in vanaf 12 november 2004 wegens het opgeven van een onjuist woonadres. Tevens werd de bijstand over die periode teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante tekort is geschoten in haar inlichtingenplicht door geen correcte woonadresgegevens te verstrekken. Hierdoor kon het College niet vaststellen of zij recht had op bijstand. Het College handelde binnen haar bevoegdheid bij intrekking en terugvordering conform het beleid.
De blokkering van de bijstand vanaf 1 maart 2005 behoeft geen verdere bespreking omdat de intrekking rechtmatig is. Het verzoek van appellante om schadevergoeding wordt afgewezen. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens onjuist opgegeven woonadres worden bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.