ECLI:NL:CRVB:2008:BC2424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens niet melden gedeeltelijke werkhervatting bij WAO-uitkering
Betrokkene ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, maar hervatte gedeeltelijk zijn werkzaamheden per 1 oktober 2001 zonder dit aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) te melden. Hierdoor werd de uitkering herzien en onverschuldigd betaalde bedragen werden teruggevorderd. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet voldoen aan de mededelingsplicht.
De rechtbank had de boete vernietigd omdat betrokkene beperkte geestelijke en intellectuele vermogens zou hebben, waardoor verwijtbaarheid ontbrak. De Raad oordeelt echter dat hiervoor onvoldoende medische onderbouwing is en dat het feit dat betrokkene erop vertrouwde dat zijn werkgever de wijziging zou melden, hem niet ontslaat van zijn eigen mededelingsplicht.
De Raad stelt vast dat betrokkene op de hoogte was van de wijziging, onder meer omdat de machtiging tot uitbetaling van de WAO-uitkering werd ingetrokken en schriftelijk bevestigd door de werkgever. De boeteoplegging is daarom terecht en het hoger beroep van het UWV wordt toegewezen, waarbij het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: De boete wegens het niet melden van gedeeltelijke werkhervatting is terecht opgelegd en het hoger beroep van het UWV wordt toegewezen.