ECLI:NL:CRVB:2008:BC2476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.M. van der Kerkhof
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor WAO-functies
Appellant ontving sinds 8 maart 2004 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Na ziekmelding vanuit werkloosheid op 26 april 2004, heeft het UWV op 1 november 2004 besloten de Ziektewetuitkering per 5 november 2004 te beëindigen, omdat appellant geschikt werd geacht om de in de WAO-beoordeling geduide functies te vervullen.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde na onderzoek dat appellant nog steeds depressieve en lichamelijke klachten had, maar dat deze niet tot volledige arbeidsongeschiktheid leidden en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat waren weergegeven. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank Haarlem.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij niet in staat was de geduide functies te verrichten en dat de rechtbank ten onrechte het criterium van volledige arbeidsongeschiktheid hanteerde. De Raad overwoog echter dat er geen aanwijzingen waren dat de belastbaarheid op 5 november 2004 anders was dan bij de WAO-beoordeling en dat het toetsingscriterium juist was toegepast.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor de geduide WAO-functies.