ECLI:NL:CRVB:2008:BC2598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen werkzaamheden en gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand sinds januari 2003. Na anonieme tips startte de Sociale Recherche een onderzoek naar zijn rechtmatigheid van bijstand. Uit het onderzoek bleek dat appellant vanaf maart 2003 in Duitsland handelde in pannen en bestekcassettes zonder dit aan het College te melden. Tevens werd vastgesteld dat appellant vanaf december 2003 een gezamenlijke huishouding voerde met een ander persoon, zonder dit te melden.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel deels. De Raad oordeelt dat de intrekking van bijstand over de periode van 1 maart 2003 tot 1 december 2003 terecht is vanwege het niet melden van werkzaamheden en inkomsten. Over de periode van 1 december 2003 tot 21 maart 2005 vernietigt de Raad het besluit tot intrekking omdat appellant in die periode niet woonde in de gemeente Roermond en dus geen recht op bijstand had.
De Raad bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit in stand blijven, waardoor de terugvordering van de bijstandskosten gerechtvaardigd is. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over 1 december 2003 tot 21 maart 2005 wordt vernietigd, maar de terugvordering en intrekking over 1 maart 2003 tot 1 december 2003 blijft in stand.