ECLI:NL:CRVB:2008:BC2795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 1 december 2000 werkzaam als medewerkster begeleiding bij een psychiatrisch ziekenhuis en viel uit met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen op grond van artikel 30, lid 1, sub b, WAO, omdat zij volgens een medisch rapport al bij aanvang van haar verzekering volledig arbeidsongeschikt zou zijn geweest.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. Uit de medische stukken, waaronder rapporten van psychiaters en neurologen, blijkt dat appellante sinds 1997 aan een bipolaire stoornis lijdt, maar dat haar toestand tussen 2000 en 2003 verbeterde. Ook het feit dat zij in december 2000 werd aangenomen en pas in februari 2001 uitviel, wekt twijfel over volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang.
De Raad stelt dat het besluit van het UWV niet kan worden gedragen door de aangevoerde gronden en vernietigt het bestreden besluit. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.