ECLI:NL:CRVB:2008:BC2856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaren appellante
Appellante, met een WAO-uitkering wegens whiplash-klachten, werd bij besluit van het UWV per 25 juli 2004 herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. De rechtbank Arnhem had dit besluit bevestigd, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het medisch en arbeidskundig onderzoek getoetst, waarbij geen onzorgvuldigheden of onjuistheden zijn vastgesteld. De medische beperkingen, waaronder fibromyalgie en somatoforme pijnstoornis, zijn adequaat meegenomen in de functionele mogelijkhedenlijst. Concentratie- en geheugenproblemen zijn niet objectief vastgesteld. Ook de arbeidskundige beoordeling van de geschiktheid voor bepaalde functies en het ziekteverzuimrisico zijn voldoende onderbouwd.
Appellante stelde dat het UWV onvoldoende inzicht had gegeven in de geschiktheid van functies en dat er onterecht geen toeslag was meegenomen voor afwijkende werktijden. De Raad oordeelde dat het UWV dit voldoende heeft aangetoond en dat de stellingen van appellante onvoldoende onderbouwd waren. Het beginsel van hoor en wederhoor is niet geschonden, aangezien appellante zelf afzag van een hoorzitting en de procedure zorgvuldig is verlopen.
Gelet op het voorgaande is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De WAO-herziening blijft daarmee van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.