ECLI:NL:CRVB:2008:BC2883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onduidelijke woonsituatie en schending inlichtingenplicht
Appellante diende op 8 augustus 2005 een aanvraag om bijstand in en gaf aan te wonen op een adres samen met een gezin en twee kinderen. Naar aanleiding hiervan vond op 16 augustus 2005 een huisbezoek plaats, waarbij bleek dat appellante niet aanwezig was en een medebewoner verklaarde dat zij niet daadwerkelijk op dat adres verbleef maar slechts stond ingeschreven. Het College wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting en onduidelijkheid over haar feitelijke woonsituatie.
Appellante voerde aan dat zij wel op het opgegeven adres woonde, hoewel zij tijdens het huisbezoek tijdelijk elders verbleef. Tijdens een gesprek op 5 januari 2006 gaf zij aan dat zij slechts een deel van haar spullen op het adres had en soms elders sliep. De Raad achtte deze verklaring onvoldoende om de onduidelijkheid weg te nemen.
De Centrale Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij op het opgegeven adres woonde en dat het College daarom terecht haar aanvraag heeft afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het opgegeven woonadres en schending van de inlichtingenplicht.