ECLI:NL:CRVB:2008:BC2884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken één huishouden en onderhoudseis
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor zijn kinderen die in Marokko verbleven in de periode van het derde kwartaal 2001 tot en met het tweede kwartaal 2002. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde deze uitkering omdat appellant noch met de kinderen één huishouden vormde, noch aan de onderhoudseis voldeed.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen intact. De Raad overwoog dat het beleid van de Svb, dat sinds 1 januari 2001 is aangescherpt, inhoudelijk juist is toegepast. Dit beleid stelt dat het voeren van één huishouden eindigt zodra de verzekerde als ingezetene van Nederland wordt aangemerkt, tenzij hij ook een woonplaats in het land van herkomst heeft, wat inhoudt dat hij nauwe juridische, economische en sociale banden onderhoudt en meer dan drie maanden per jaar in dat land verblijft.
Appellant voerde aan dat hij niet aan de voorwaarden kon voldoen vanwege praktische bezwaren zoals de vereiste beschikbaarheid voor medische controle en het onwaarschijnlijke karakter van een drie maanden durende vakantie. De Raad verwierp dit verweer, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin het beleid als aanvaardbaar werd beschouwd.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor kinderbijslag en bevestigde daarom de aangevallen uitspraak. Tevens wees de Raad erop dat als appellant kan aantonen dat hij zijn kinderen in belangrijke mate heeft onderhouden, hij aanspraak kan maken op kinderbijslag, maar dat dit in deze zaak niet het geval was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van één huishouden en onderhoudsbijdrage.