ECLI:NL:CRVB:2008:BC3082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag bijstandsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft bijstand ontvangen vanaf april 2002. Na een controle in november 2004 waarbij bleek dat appellant als bedrijfsleider van een kapsalon werkzaam was, werd de bijstand ingetrokken per 1 december 2004 wegens onduidelijkheden over zijn inkomenssituatie. Appellant diende vervolgens meerdere aanvragen in voor hernieuwde bijstand, die allen werden afgewezen omdat hij geen nieuwe feiten of omstandigheden aanvoerde die een herziening konden rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat voor herhaalde aanvragen op grond van artikel 4:6 Awb Pro vereist is dat nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld. Appellant stelde dat hij niet meer in de zaak van zijn broer betrokken was en overlegde een verklaring waarin een eerdere verklaring van zijn broer werd herroepen. De Raad hechtte hieraan geen waarde omdat de oorspronkelijke verklaring ondertekend was en het intrekken daarvan weinig gewicht heeft.
Ook de eerdere aanvraag van 30 december 2004 werd bevestigd afgewezen omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij op dat moment voldeed aan de voorwaarden voor bijstand. Verklaringen over zijn werkzaamheden als kapper en bedrijfsleider konden dit niet onderbouwen. De Raad oordeelde dat het College van B&W in redelijkheid de besluiten kon nemen en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag bijstandsuitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.