ECLI:NL:CRVB:2008:BC3121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten, gehuwd en bijstandontvangers sinds september 1999, werden geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand na onderzoek door de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) en Sociale Recherche, die aantoonde dat appellant werkzaamheden verrichtte en inkomsten genoot zonder dit te melden.
De Raad stelt vast dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden, maar oordeelt dat het College niet met zekerheid heeft vastgesteld wat de exacte inkomsten waren en of deze de bijstandsnorm overschreden. Hierdoor berust de intrekking op een onjuiste grond en wordt het besluit vernietigd, terwijl de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand blijven.
De Raad benadrukt dat het ontbreken van verifieerbare administratie en wisselende verklaringen van appellant het vaststellen van het recht op bijstand bemoeilijken. Het College wordt geacht terecht de bijstand terug te vorderen op grond van de schending van de inlichtingenplicht en het beleid dat terugvordering rechtvaardigt.
De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellanten en bepaalt dat de gemeente Nijmegen het betaalde griffierecht vergoedt. De uitspraak van de rechtbank Arnhem wordt vernietigd en het hoger beroep van appellanten wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd, maar de terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand blijft gehandhaafd.