ECLI:NL:CRVB:2008:BC3275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opschorting WAO-uitkering wegens onrechtmatig verblijf
Appellant, geboren in 1964 in Turkije, ontving sinds 1995 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het Uwv schortte de uitkering op nadat de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie de verblijfsvergunning van appellant had geweigerd en bezwaar en beroep ongegrond waren verklaard, waardoor appellant niet meer rechtmatig in Nederland verbleef.
Appellant maakte bezwaar tegen de opschorting, maar dit bezwaar werd kennelijk ongegrond verklaard zonder hem te horen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Uwv had moeten nagaan of het bezwaar inderdaad kennelijk ongegrond was en appellant de gelegenheid had moeten bieden zijn stellingen toe te lichten, alvorens het bezwaar af te wijzen zonder hoorzitting.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand, omdat appellant op de datum in kwestie niet rechtmatig verbleef. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Het Uwv zal de uitkering hervatten vanaf het moment dat appellant weer rechtmatig in Nederland verblijft.
Uitkomst: Het besluit tot opschorting van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.