ECLI:NL:CRVB:2008:BC3473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit beëindiging bijstandsuitkering dakloze
Appellant, een dakloze die sinds 1 augustus 2004 een bijstandsuitkering ontvangt, werd geconfronteerd met een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam om zijn bijstand per 1 januari 2006 te beëindigen wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over zijn woonsituatie.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellant recht had op bijstand omdat hij als dakloze stond ingeschreven bij de dienst Burgerzaken en beschikte over een briefadres. Het College had onvoldoende onderzoek gedaan naar de werkelijke verblijfplaats van appellant en diens omstandigheden. De rechtbank vernietigde het besluit tot beëindiging en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep heeft appellant zich tegen deze uitspraak gekeerd, maar de Centrale Raad van Beroep vond het onduidelijk op welke gronden appellant het oordeel van de rechtbank betwist. De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en stelde vast dat het College inmiddels uitvoering had gegeven aan de uitspraak door de bijstand voort te zetten vanaf 1 januari 2006.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en verklaarde het hoger beroep van appellant ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.