ECLI:NL:CRVB:2008:BC3693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding zelfstandige inschrijving
Appellant ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand in per 20 maart 2002 omdat appellant zonder melding bij het College als zelfstandige stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Vervolgens vorderde het College de kosten van de verleende bijstand over de periode van 20 maart 2002 tot en met 31 oktober 2002 terug.
Appellant maakte geen bezwaar tegen het intrekkingsbesluit en het bezwaar tegen de terugvordering werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze terugvordering eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij pas in november 2002 met zijn onderneming was gestart en dat het College niet had aangetoond dat hij eerder inkomsten uit onderneming had genoten.
De Raad oordeelde dat het intrekkingsbesluit onherroepelijk was geworden omdat appellant geen bezwaar had gemaakt. Hierdoor was de terugvordering van de bijstandskosten terecht. De door appellant aangevoerde gronden waren in wezen gericht tegen de intrekking van de bijstand en konden in deze procedure niet leiden tot een andere beoordeling. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten wegens niet-melding zelfstandige inschrijving.