ECLI:NL:CRVB:2008:BC3694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens eigen initiatief beëindigen werkervaringsplaats
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en is gedeeltelijk vrijgesteld van arbeidsinschakeling vanwege zorg voor haar kind. Zij verrichtte werkzaamheden op een werkervaringsplaats, maar beëindigde deze op eigen initiatief begin december 2004. Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft daarop haar bijstand met 20% verlaagd voor de duur van één maand, gebaseerd op artikel 18, tweede lid, WWB en de Afstemmingsverordening WWB 2004.
De rechtbank Maastricht heeft het besluit van het College grotendeels bevestigd, hoewel zij het besluit op bezwaar deels vernietigde vanwege toepassing van verkeerde wettelijke grondslagen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel dat appellante haar werk zonder toestemming heeft beëindigd en dat dit haar kan worden verweten. Er was geen sprake van ziekte of onhoudbare werkverhoudingen die het beëindigen konden rechtvaardigen.
De Raad oordeelt dat appellante onvoldoende heeft meegewerkt aan de aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling en daardoor niet heeft voldaan aan haar verplichtingen onder artikel 9, eerste lid, WWB. De verlaging van de bijstand met 20% is passend en in overeenstemming met de Afstemmingsverordening. Er zijn geen dringende redenen of persoonlijke omstandigheden die een minder zware maatregel rechtvaardigen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de proceskosten worden niet aan appellante opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 20% gedurende één maand wordt bevestigd.