ECLI:NL:CRVB:2008:BC4064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens herhaaldelijk ontoelaatbaar gedrag
Appellant was werkzaam als field services engineer bij een werkgever van augustus 2003 tot juli 2005. Zijn arbeidsovereenkomst werd ontbonden wegens gewichtige redenen, naar aanleiding van klachten over zijn gedrag bij klanten. Na beëindiging van het dienstverband vroeg appellant een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos was.
Het UWV baseerde deze weigering op meerdere klachten van gerenommeerde bedrijven over het ongewenste gedrag van appellant, waaronder dubbelzinnige en seksueel getinte opmerkingen. Appellant werd geschorst, gewaarschuwd en uiteindelijk ontslagen. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellant zich bewust had moeten zijn van de gevolgen van zijn gedrag en dat hij niet voldeed aan zijn verplichting om verwijtbaar werkloosheid te voorkomen.
De Raad vond het niet aannemelijk dat appellant niet op de hoogte was van de klachten, mede gezien de schriftelijke waarschuwingen en gesprekken. Er waren geen dringende redenen die een uitzondering op de weigering van de uitkering rechtvaardigden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende volledige weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door herhaaldelijk ontoelaatbaar gedrag.