ECLI:NL:CRVB:2008:BC4321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over vaststelling en terugvordering persoonsgebonden budget AWBZ
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) van het Zorgkantoor voor de periode van 29 juni tot en met 31 december 2004. Na verantwoording stelde het Zorgkantoor het pgb over 2004 vast op een lager bedrag dan toegekend en verrekenende het niet bestede deel met voorschotten in 2005. Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling en verrekening. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat het Zorgkantoor bij de vaststelling van het pgb een discretionaire bevoegdheid heeft die moet worden uitgeoefend met inachtneming van de Awb, waaronder een evenredige belangenafweging. De Raad constateert dat het Zorgkantoor deze belangenafweging niet heeft gemaakt, terwijl appellante onder meer de trage afhandeling en wachttijden in de zorg aanvoerde en een beroep deed op het vertrouwensbeginsel.
Verder oordeelt de Raad dat bepalingen in de lagere Regeling subsidies AWBZ en Zfw die het Zorgkantoor verplichten tot een lagere vaststelling en terugvordering zonder discretionaire ruimte in strijd zijn met hogere Awb-bepalingen. Daarom mist die Regeling verbindende kracht voor zover die bepalingen dwingend zijn.
De Raad vernietigt het besluit van 26 september 2005 en de uitspraak van de rechtbank Utrecht, verklaart het beroep gegrond en beveelt het Zorgkantoor een nieuw besluit te nemen waarbij een belangenafweging wordt gemaakt. Tevens veroordeelt de Raad het Zorgkantoor in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het Zorgkantoor wordt vernietigd en het Zorgkantoor wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van een belangenafweging.