ECLI:NL:CRVB:2008:BC4325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen weigering bijstandsuitkering
Appellant diende op 17 maart 2005 een bezwaarschrift in tegen de kennelijke weigering van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om hem vanaf 19 augustus 2002 een bijstandsuitkering te verstrekken. Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen kopie of omschrijving van het bestreden besluit kon overleggen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaarschrift wel voldeed aan het vereiste van artikel 6:5 Awb Pro, omdat uit de context duidelijk was dat het bezwaar betrekking had op het besluit naar aanleiding van de aanvraag van 19 augustus 2002, vermoedelijk het besluit van 15 mei 2003 dat appellant nooit ontving.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 16 juni 2005 en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep ongegrond verklaarde. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de door appellant gemaakte proceskosten van in totaal € 966,-- en het betaalde griffierecht van € 143,--.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.