ECLI:NL:CRVB:2008:BC4413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit AOW wegens onvoldoende onderzoek duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving sinds 1998 een AOW-uitkering voor een ongehuwde. Na zijn huwelijk in juli 2004 herzag de Sociale verzekeringsbank (Svb) zijn AOW-uitkering naar gehuwdennorm, omdat zij meende dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leefden.
Appellant betwistte dit en stelde dat hij en zijn echtgenote geen gezamenlijke huishouding voerden en dat het huwelijk was gesloten om zakelijke redenen, niet uit samenlevingsbedoeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het verslag van de hoorzitting betrouwbaar was en dat er geen duurzaam gescheiden leven was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het onderzoek van de Svb onvoldoende zorgvuldig was, omdat er geen inhoudelijk onderzoek naar de feitelijke woon- en leefsituatie had plaatsgevonden. Het bestreden besluit berustte vooral op een hoorzittingsverslag dat door appellant was betwist.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de Svb een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de Sociale verzekeringsbank moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.