ECLI:NL:CRVB:2008:BC4801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk zonder medische urenbeperking
Appellant, werkzaam als beleidsmedewerker, viel uit wegens nek-, schouder- en beenklachten en vermoeidheid, maar hervatte zijn werkzaamheden uiteindelijk voor 30 uur per week. Het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen omdat appellant niet ongeschikt werd geacht voor zijn eigen werk. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het UWV-standpunt onderschreef, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep beperkte appellant zich tot medische aspecten, met name de stelling dat er wel een urenbeperking moest worden aangenomen. De verzekeringsartsen van het UWV concludeerden op basis van dossierstudie, anamnese, lichamelijk onderzoek en informatie van de behandelend reumatoloog dat er geen medische grond was voor een urenbeperking. De bedrijfsarts van appellant stelde dat pijnklachten de energetische balans aantasten, maar dit werd niet ondersteund door de reumatoloog.
De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht die de bevindingen van de verzekeringsartsen konden weerleggen. Ook het feit dat appellant zijn werk anders had ingevuld deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad wees tevens een veroordeling van het UWV in de proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.