ECLI:NL:CRVB:2008:BC4809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering Wajong-uitkering bij chronische vermoeidheid
Betrokkene diende op 17 november 2001 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering wegens chronische vermoeidheidsklachten. Het UWV weigerde de uitkering per 1 oktober 1999, omdat de beperkingen volgens hen niet tot een relevante arbeidsongeschiktheid leidden. De rechtbank Utrecht vernietigde dit besluit en gaf het UWV de opdracht een revalidatiearts in te schakelen voor nader onderzoek.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht, mede op basis van het rapport van prof. dr. Abraham-Inpijn. Deze deskundige kon zich verenigen met de beperkingen die het UWV had vastgesteld, ondanks de aanwezigheid van CVS, waarvoor geen objectieve lichamelijke oorzaak is vastgesteld.
De Raad wijst het rapport van internist Elte af, omdat dit te veel gebaseerd is op de subjectieve beleving van betrokkene en onvoldoende objectivering bevat. Ook de door betrokkene ingebrachte informatie van haar behandelend arts dr. Van Loon wordt niet gevolgd, omdat deze onvoldoende onderbouwd is en niet relevant is voor de datum van de aanvraag.
De Raad concludeert dat het UWV de beperkingen van betrokkene niet te hoog heeft ingeschat en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft gehandhaafd.