ECLI:NL:CRVB:2008:BC4966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens vermeende arbeidsongeschiktheid bedrijfsarts
Appellante, werkzaam als bedrijfsarts, werd arbeidsongeschikt verklaard met een aanvankelijke WAO-uitkering die later werd herzien en uiteindelijk per 1 oktober 2004 ingetrokken, omdat het UWV meende dat zij haar werkzaamheden weer volledig kon verrichten. Appellante voerde aan dat zij vanwege vermoeidheid en incontinentieklachten slechts 20 uur per week kon werken, wat door het UWV werd betwist.
Na het stellen van de diagnose multiple sclerose (MS) in 2006, bleek dat haar vermoeidheidsklachten verband hielden met deze aandoening. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom appellante niet beperkt zou zijn in haar werkcapaciteit en dat het besluit niet in stand kon blijven wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De zaak werd vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan eventuele schadevergoeding. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing.