ECLI:NL:CRVB:2008:BC4986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, werkzaam als managementassistente, meldde zich in juni 2002 ziek met acute rugklachten. Het Uwv kende haar aanvankelijk een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. In april 2004 trok het Uwv deze uitkering in, omdat appellante volgens medisch en arbeidskundig onderzoek niet langer ongeschikt was haar werk te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij zij de medische beperkingen niet onderschat achtte.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte de visie van de Uwv-artsen en een neurochirurg volgde, terwijl haar eigen artsen en een orthopedisch chirurg andere inzichten hadden. Tevens betwistte zij de rechtmatigheid van het neurochirurgisch rapport en verzocht zij om benoeming van een deskundige. De Raad heropende het onderzoek en beoordeelde alle medische stukken opnieuw.
De Raad concludeerde dat het Uwv zorgvuldig te werk was gegaan. De orthopedisch chirurg stelde objectieve beperkingen vast, maar de neurochirurg vond geen anatomisch substraat voor de klachten. De bezwaarverzekeringsarts handhaafde de functionele beperkingen. De Raad vond geen aanwijzingen dat de medische beperkingen waren onderschat en zag geen reden tot benoeming van een deskundige. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante.