ECLI:NL:CRVB:2008:BC5004
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als vervolgingsslachtoffer tijdens Japanse bezetting
Appellante, geboren in 1932 te Malang in voormalig Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als vervolgingsslachtoffer op grond van haar verblijf in een Japans interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij stelde ook dat zij verplicht naaiwerk moest verrichten, gestraft werd bij niet naar behoren werk, en mishandeld en misbruikt was door een Japanse soldaat.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees haar aanvraag af omdat er geen objectieve gegevens waren die haar vrijheidsberoving tijdens de Japanse bezetting bevestigden. Bij het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis werden geen interneringsgegevens gevonden en de ingebrachte verklaringen van familieleden waren niet gebaseerd op eigen waarneming. Ook de getuigenverklaring van horen zeggen werd niet als betrouwbaar beschouwd.
De Raad overwoog dat de werkzaamheden die appellante verrichtte niet als vrijheidsberoving kunnen worden aangemerkt en dat er geen bewijs was van gewelddadig optreden dat vervolging zou vormen. Gezien het ontbreken van bewijs verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees de erkenning af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de erkenning als vervolgingsslachtoffer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief bewijs van vrijheidsberoving.